De verschillende oorsprongen van natuursteen

 

De verschillende oorsprongen van natuursteen

basaltlava      vulkaanuitbarsting 2      haarster- zeelelie

 

Basalt

Basalt

Basalt is een uitvloeiingsgesteente.
Basalt ontstaat  wanneer magna ( =vloeibaar gesteente in de diepte van de Aarde) tijdens vulkanische activiteit aan de aardoppervlakte of zeebodem komt. De magna wordt dan lava genoemd. Tijdens de snelle afkoeling worden er kleine kristallen gevormd welke niet met het blote oog te zien zijn. Wanneer lava (een vloeibaar gesteente boven de aarde/zeebodem ) afkoelt ontstaat er basalt. Er wordt ook gesproken van basaltuitvloeiingen. Door de afkoeling van basaltlava treedt er stolling op en door dit proces, ontstaan de kenmerkende zeshoekige structuren. De basaltzuilen.

Graniet

Graniet 2     graniet brok

Graniet is een stollingsgesteente.
Graniet wordt gevormd door het ondergronds stollen van magna ( = vloeibaar gesteente tijdens vulkanische activiteit) Anders dus dan bij  een uitvloeiingsgesteente zoals basalt dat dichtbij of aan het aardoppervlak gestold is.

Door het ondergronds stollen vindt er een langzame afkoeling plaats waardoor de mineralen veel tijd hebben gehad om te groeien en zo grote kristallen vormen die met het menselijk oog te zien zijn.

Graniet heeft vaak een korrelige uiterlijk dat uit kristallen bestaat. Grove kristallijn.

Het bestaat veelal voor 50% uit kwarts en is grijs, de andere mineralen (veldspaten en mica`s ) wisselen en vormen crème, roze en melkwit en bruin of lichtgrijs. Ook amfibool komt voor in graniet en is donker van kleur.

Kwarts

Kwarts

Kwarts vertegenwoordigt meer dan 12% van het volume van de aarde onder andere in graniet en zand. En de meest voorkomende vorm is zand en zandsteen. Het kan zeer zuiver zijn als bergkristal.

Kwarts kan zowel grote kristallen vormen als microscopisch kleine. Het ontstaat door kristallisatie bij het afkoelen van silicaat dat de grondstof is bij het bereiding van glas.

Gneis

gneis de vlakken onstaan loodrecht op de primaire spanningsrichting

Gneis is een metamorf gesteente.
Wanneer graniet onder hoge drukken en temperaturen komt te staan, verandert het in een metamorf gesteente Gneis  (zoals Marmer) Gneis ontstaat door rekristalliseren en metamorfoseren van vast stollingsgesteente zoals Graniet dat uit kristallen bestaat.

Er worden grote kristallen gevormd. Dit vindt plaats diep in de Aarde onder zeer hoge druk en temperaturen en/of binnendringende vloeistoffen.  Bepalend hiervoor zijn de aanwezige mineralen in de gesteenten. Waar de ene soort bij bepaalde druk en temperatuur stabiel wordt, kunnen anderen mineralen juist instabiel worden, waardoor metamorfe reacties plaatsvinden. Afhankelijk van de afzonderlijke reacties en de hoeveelheid water in het gesteente.

Gneis is opgebouwd uit metamorfe mineralen.

Gneis is een hooggradig metamorf gesteenten en bestaat volledig uit metamorfe mineralen. Door de samenstelling is er amfiboliet-gneis = donker of  kwartsoveldspatische-gneis=licht

Gesteente dat laaggradig metamorf is bevat kleine metamorf mineralen of zelfs niet.

Gneis wordt vaak met graniet verward. Graniet ontstaat door stolling, de kristallen liggen in een willekeurige richting, terwijl ze in gneis naar één richting liggen.

Marmer

Marmer

Marmer is gemetamorfoseerd kalksteen bestaande uit zeer puur calciumcarbonaat. Het is bijna transparant en vrij hard gesteente.

De temperaturen en hoge druk die nodig zijn om kalksteen om te vormen in marmer zijn dermate hoog dat eventueel in de kalksteen aanwezige fossielen vernietigd worden.

Soorten marmer Carrara (Italië)/ Pentelikon en Paros (Griekenland) / Proconnesus (Turkije) en Belgische marmer.

Leisteen

Leisteen-

Leisteen is een metamorf gesteente
Het bestaat uit afwisselende laagjes gesteente ( kwarts met veldspaat en laagjes mica). Dankzij deze gelaagdheid is het kenmerkende van leisteen dat het splijt en afbrokkelt in dunne, plaatvormige brokken.

Leisteen wordt in de natuur gevormd door verstening van verschillende kleirijke laagjes afzettingsgesteente zoals schalie en kleisteen of kwarts. Onder zeer hoge druk verandert deze compositie na miljoenen jaren tot leisteen.

Leisteen kan op sommige plaatsen  in de bergen gevonden worden. Dit bestaat uit dunne lagen steen waar een olieachtige vloeistof in zit. De verschillende laagjes kunnen van kleur verschillen.

Het is bijzonder slijtvast, vorstbestendig en blijft mooi. Er kunnen schilfers vanaf komen maar dit altijd alleen van de oppervlakte.

Kalksteen

hardsteen     Kalksteen

Hardsteen is een afzettingsgesteente.
Hardsteen is kalksteen met een  blauwgrijze kleur. In de steensoort zie je nog  de vele resten van zeelelies (stekelachtige diertjes) en andere diertjes met een skelet van kalk, welke op de bodem van de zee leven. Wanneer ze sterven blijven  hun kalkresten op de bodem van de zee achter en vormen met de kalkafzetting (afzetting van calcietcarbonaat)) één geheel. Na miljoenen jaren vormt dit natuurlijke proces van aaneen gekitte microscopische kristallenlijn (calciet) waardoor de blauwe hardsteenlaag ontstaat.  Door de verspreiding en hoeveelheid van uiterst fijne plantendeeltjes en de koolstof hieruit wordt de kleur gevormd.

Omdat het gesteente zo hard en dicht is wordt het vaak gezien als graniet maar graniet is een stollingsgesteente en de blauwe hardsteen een afzettingsgesteente.

Hardsteensoorten zijn: Belgische hardsteen / Blauwe hardsteen /Ierse hardsteen / Chinese hardsteen.

We gebruiken cookies om, op basis van getoonde interesse, onze website te optimaliseren. Wil je eerst meer informatie over ons cookie-beleid klik dan hier.
Ik ga akkoord
x