Snoeitermen en betekenis

hommel op perenbloesem - gesneden  Ficus_carica vijg vrucht
perenbloesem                                                                                                                                                                                       vijg -ficus

    

Snoeitermen

Enkele veel voorkomende woorden over snoeien

De takkraag
zit vlak tegen de stam en is te herkennen aan ronde ringen, laat deze zitten bij het snoeien en beschadig deze takkraag niet.
Dunne takken snoeien op kleine afstand van de oksel waar de tak uitkomt en laat zo min mogelijk stompje zitten dit sterft namelijk af en is ontsierend.
Dikkere takken kunnen beter eerst een stukje van onderaf ingezaagd worden en daarna de tak van bovenaf doorzagen. Beter eerst zo`n  10 – 15 cm van de stam en takkraag zagen en later het stompje er alsnog vlak voor de takkraag afzagen.

Opkronen
is de lage takken telkens wegzagen om zo een mooie stam te krijgen. Waardoor een lage heester tot boom wordt.

Worteluitlopers of wortelopslag
zijn lange rechte snel opgroeiende takken bij de wortels welke veel energie wegnemen. Diep wegnemen heeft wel als gevolg dat er nog meer worteluitlopers gevormd worden. Het is een consequente handeling tijdens het groeiseizoen.
Bij fruitbomen moeten alle worteluitlopers en wildgroei aan de voet van de stam of vlak ernaast weggehaald worden.

Opslag- wildopslag
kleine takjes welke onderaan de stam groeien en onnodige energie wegnemen.

Waterloten
zijn snel groeiende recht omhooggaande takken in de kruin. Ze zijn ontstaan uit knoppen die geen bloesem hebben gedragen. Ze nemen veel energie weg van de boom en kunnen andere takken in de weg komen te staan. Waterloten kunnen ontstaan door te veel snoeien. Wanneer waterloten weggehaald worden moeten ze helemaal weggenomen worden en niet halverwege want dan vormen zich daar weer zijtakken wat een mooie verdeling in de kruin zeker verstoord.

Verjongen is ieder jaar en verdeeld over de struik, 1/3 van de oude takken diep snoeien tot ongeveer 40cm vanaf de grond. Tot de eerste knoop vanaf de grond en boven een vertakking welke naar buiten wijst, voor een mooie uitgroei. Bij de appel perenboom zijn er meerdere wijzen van verjongen.

Ogen  Snoei altijd boven minimaal één of twee “ ogen” zodat deze achterblijven op de tak want hieruit zal de struik of boom weer uitlopen. Een oog is een zichtbare verdikking op de tak. De plaats van het oog bepaalt de groeirichting van de uitloper en de later gevormde tak. Het beste is een “oog” te kiezen aan de buitenkant van de tak, zodat de nieuwe twijg van de stam of struik afwijst. Hierdoor kan er in tot in het midden van struik of boomkroon zonlicht en wind doordringen.

Gesteltakken, zijn de zwaardere hoofdtakken welke om de harttak staan en de vorm van de boom bepalen. Ze zijn dunner dan de harttak. Voor een mooi gevormde kruin worden meestal 3 tot 5 gesteltakken gebruikt,welke op ongeveer gelijke afstand van elkaar staan.Ook struiken hebben gesteltakken.

Harttak (of middentak) s
taat ongeveer in het verlengde van de stam. Om deze harttak heen groeien meerdere gesteltakken. De harttak is dikker dan de gesteltakken. Voor een mooi gevormde kruin worden meestal 3 tot 5 gesteltakken gebruikt.
Bij fruitbomen kan er ook voor een open kruin gekozen worden met alleen 3 gesteltakken zonder harttak. (appel, pruim, kers) Maar ook voor een open kruin met harttak en 3 gesteltakken er omheen.
Ook struiken hebben ook een harttak (middentak) en gesteltakken eromheen.

Kortloten zijn korte twijgjes waar de bloei en de vruchten aankomen. Maar teveel kortloten betekent veel maar kleine vruchten. Meestal wordt een deel hiervan weggehaald voor grotere vruchten.

Langloten
Langloten zijn lange twijgen waarop de vruchtknoppen te ver waarvan verwijderd zijn, ze geven niet veel vrucht. Bij zwakke groei worden kortloten gevormd en bij een sterkte groei langloten. Te snelle groei is dus nadelig voor de vruchtvorming. Langloten moeten worden teruggesnoeid. Bij een teveel aan langloten moeten er een aantal worden weggesnoeid. Ook wanneer ze onvruchtbaar zijn.

Verlengenis
is het uiteinde van een gesteltak of  harttak. Of een twijg dat op het uiteinde groeit en de verlenging is. Het wordt ook wel een ‘saptrekker’ genoemd.

Vergaffeling
hiervan wordt gesproken wanneer een gesteltak of twijg zich zo vertakt, waardoor beide takken nagenoeg even dik en lang zijn.

Afgedragen vruchthout
oudere takken welke al vrucht gedragen hebben. Ze zakken meestal door en moeten teruggesnoeid worden  waardoor de boom zich kan verjongen.

Vruchtbeurs
een verdikking op de tak waar een vrucht aan heeft gehangen in het voorgaande jaar.

tekening van appelboom - kopiefruit langloten

 

 

 

We gebruiken cookies om, op basis van getoonde interesse, onze website te optimaliseren. Wil je eerst meer informatie over ons cookie-beleid klik dan hier.
Ik ga akkoord
x